HET BEGIN
 POËZIE
 ARTIKELEN

Verklaproos

De lente voorbij
zoals ieder jaar
trekt heel de stoet
van krokus tot jasmijn
voorbij
staat jouw bloem
weer langs de berm
in het rood
bravo! bravo!
de liefhebber laat zich horen
nog voor de laatste bloei
geblonken heeft
na het applaus
alleen gelaten
zie ik haar
ontbreken in mijn tuin
je bent opnieuw vertrokken
terwijl je overal nog
aanwezig bent

uit: Calcar, W.I.M. -. Gekeerd verlangen. Groningen, Gopher Publishers, 2000.

Ergens in een obscuur hoekje van het Internet vonden wij een boekje. De uitgever was een of ander knaagdier en die zou wel flink gehamsterd hebben. Niets bleek minder waar. Wat had dit nijvere beestje in zijn wangzakken? De enige manier om achter de volledige inhoud te komen, was het, na even zoeken, online invullen van een digitaal bestelformulier (www.gopherpublishers.com). Het was nog even wachten en toen kwam de trouwe knager het fel begeerde pakje afleveren. Scheur, scheur, scheur: op zich hadden we van het verpakkingsmateriaal een knus nestje kunnen bouwen, maar daar ging het nu even niet om.

Daar ligt het donkerblauwe bundeltje. Op de voorkant prijkt een foto van een heuvel vol dieprode klaprozen, waar zelfs de beste bever nog een puntje aan zou kunnen zuigen. Maar waar slaan die bloemetjes op? Waar klappen ze over? Boven het plaatje in narcisgeel de naam van de auteur met daar weer boven in klaproosrood de titel: Gekeerd verlangen. Weergekeerd? Afgekeerd? Omgekeerd? Verkeerd? Teruggekeerd? En waar dan naar verlangen?

Eerst komen wij Egidius tegen. Dus waar hij is gebleven, is voor ons geen raadsel meer. Het is zo mooi en stil en leeg die pagina, alleen maar die twee regeltjes. De schone eerste twee regels van Het Egidiuslied als motto van de dichtbundel beloven veel goeds. Spoedig zal blijken dat de poëzie die volgt, zou kunnen staan voor de rest van dit veertiende eeuwse lied.

Du koors die dood, du liets mi 't leven.
Zou dat misschien aanleiding tot deze verzen geven?

Ons rest geen ander middel om op de auteurs eigen wijze dit talige prachtwerk nader te beschouwen. Drie delen worden voorafgegaan door een fraai poëem: Het graf, De woorden en Intussen Werkend aan de verrijzenis zoekt de schrijver naar de juiste taal die zolang van hem gevlogen is.

We stellen wat vragen aan de titels. Bepaal zelf of ze topisch zijn en of het belangrijk is om sluitende antwoorden te vinden.

Werkend aan de verrijzenis: welke verrijzenis? Wiens verrijzenis? Van de auteur? Van iemand anders? Waarom een verrijzenis? Is er iemand verzonken dan? Waarin was die iemand dan verzonken? Eventueel zouden we ook nog kunnen vragen wanneer er iets of iemand verrees! Of waarom! En HOE dan! Of gaat het soms om de verrijzenis van een overleden iemand die verderop in de zo door ons geprezen fraai gebundelde zieleteksten nog genoemd gaat worden? Of wellicht om een kunstige combinatie van al het gevraagde?

 En dan verder als volgt:

Het graf: een graf hoort bij de dood. Iemand is dood, of er zijn iemanden, of ietsen overleden en dientengevolge zijn ze, of is hij of het in een graf beland. Wederom stellen wij de eerdergestelde w-vragen: Wie? (lag er in het graf, waren er bij de begrafenis aanwezig, groef het graf) Wat? (was er gebeurd dat er iemand in een graf moest, voor een graf was het [massa, solitair, geschiedkundig interessant, een familiegraf]) Waarom? (moest er iemand in een graf, niet cremeren, niet ritueel slachten) Wanneer? (ging er iemand het graf in, werd het graf gegraven, kan men het graf bezoeken)

En daarbij: Hoe? Hoe is het onderwerp in godsnaam in dat graf terecht gekomen? Deze laatste vraag kan op zich al zeer veel interessante antwoorden opleveren! Kijk maar eens:

  • met kist en al?
  • met huid en haar?
  • gingen er bloemen mee?
  • snel?
  • langzaam?
  • sierlijk?

En hoe diep was dat graf? Wellicht te diep voor ons om in dit stukje te verkennen. Daarom - en mede om redenen van discretie - bepalen wij ons meer tot het oppervlak der aardkorst.

En met welk gevolg? (voor wie, waarom, wanneer, 'whatever')

Welnu: het voornaamste gevolg is in elk geval dat een bewonderenswaardig persoon een unieke bundel gedichten heeft geschreven, deze ook nog eens heeft uitgegeven zodat de gehele wereld van zijn kunsten kan genieten en hij daarbij zelf in de gelegenheid is om onze kritiek te kunnen lezen. En dat voor een taalkundige!

Daarom willen wij geen moment onbenut laten en snel verdergaan.

De woorden: woorden van wie? Van de auteur? Van die gene die dood is? Van iemand anders? Wat voor een woorden? Belangrijke woorden? Veel woorden? Weinig woorden? Woorden van levensbelang? Waarom werden de woorden sowieso gesproken - of geschreven? Waren het soms woorden uit het graf.?

Intussen: er moet tijdens de woorden en het graf dus nog iets aan de hand zijn ook! Wat dan? Tussen het graven van het graf en het spreken van de woorden in? Tussen het begraven worden en het verrijzen in? Tussen al het dichten in?

Intussen moeten wij denkelijk weer verder met het meer bovenaardse gedeelte van onze verkenning. Van Calcar biedt in iedere facet immers een openbaring!

Aan de oppervlakte

De omslag deed het natuurlijk vermoeden en in het mottogedicht zien we dat Van Calcar iets met bloemen heeft. Hij noemt daar de krokus, de jasmijn en hij omschrijft de 'hoofdbloem' (den rooden klaproosch).

In andere gedichten komen we nog veel meer bloemen tegen: tulpen, akelei, wilde ridderspoor, Jacobskruiskruid, madeliefjes, boterbloemen, fluitenkruid, paardebloemen, de dagkoekoeksbloem, bloemkool en onbekendere bloemen. Wij willen nog één prachtbloemdicht in zijn geheel citeren:

Lente

vannacht bracht je me
eigenhandig naar je graf
de steen was weggerold
op de zanderige bodem
glad gestreken met de hand
een opgeschoten blauwe plant
die ik heb opgezocht:
wilde ridderspoor
de naam van je geslacht
consólida regális
koninklijk geneeskruid
uit jou ontstaan
jij zelf
zoals je was vertrokken
in volle bloei

 

Meer citaten - kriskras door elkaar

Onze dichter schrijft veelvuldig over keidooie familieleden: daar ziet men in elk geval de woorden en het graf gecombineerd!

zoveel jaren al word ik geroepen
naar de plek waar hij te sterven ligt

Maar er is één dierbare dode, waarschijnlijk dus familie, die in bijna elk gedicht weerom verrijst:

je dood keert weer
zolang er leven is

De dichter komt deze bijzondere persoon in taal nog steeds tegen. De taal is een belangrijk onderwerp in de poëzie van Van Calcar:

taal is
wat je me hebt gelaten

Na deze woorden begint De woorden waarin we logischerwijs veel gedichten aantreffen die over taal gaan:

nu
zoek ik in taal
wat me gelaten is van jou

We kunnen het niet laten om onze nadrukkelijke bewondering uit te spreken voor het gedicht Kindermond, dat eerder verscheen in Quintessens. Zeer mooi, zeer ontroerend, zeer ... Hoe moeten we dat nu uitleggen? Pijnlijk prachtig? Hier de sublieme slotregels, die tevens de apotheose zouden kunnen vormen van onze bescheiden analyse:

jij laat me onverhoopt weer weten
wat taal voor mij betekenen kan

Bloem der dichters, ons rest nog slechts één vraag en dat is wel de topischte, of aller topischte aller tijden: wanneer, meer?

SM

NB: tot er meer werk van Van Calcars hand verrijst is er een exemplaar voorhanden in de mediatheek van de/het/een EfA, maar voor de echte Calcariaan verwijzen wij natuurlijk naar het eerder genoemde Internet adres. Schaf aan die bundel