
HET BEGIN
POËZIE
ARTIKELEN |
Wâldrock 2005 - HM in de Friese Modder
Staalgrijze luchten, windvlagen
van rond de 90 kilometer per uur, hagel, onweer en mogelijk wateroverlast… Het
leek erop alsof Wâldrock 2005 de zondvloed zou inluiden. De buurtbewonende
Christenen hadden zich in ieder geval goed georganiseerd en voorbereid en beloofden de
binnenstormende zondaars met een bakje warme koffie op te vangen. Na een
tamelijk bruisende tocht van Amsterdam naar Burgum arriveerden we tegen de
avond op het tot camping omgetoverde schapenweitje - onder een helder blauwe
lucht en met een stevig zeebriesje in het haar.
Na een halfuurtje modderworstelen voor automobielen op de parkeerplaats
de tent opgezet en hop naar de Quatrebras voor een stukje Textures en Orphanage. Textures bleek onderweg te zijn vanaf
hun voorgaande optreden naar Burgum, dus Orphanage was bezig toen we de stampvolle
discotheek binnenkwamen. Ik heb niet veel meer gezien dan een paar wapperende
haren van een van de gitaristen, maar het geluid was goed en de set klonk
strak en zwaar! Ook bij de barhangers zag ik menig hoofd losjes mee-bangen.
Het late arriveren van Textures betekende dat ze mochten headlinen en dat
was mijns inziens volkomen terecht. Super goeie en energieke show - zoals
altijd eigenlijk - met goed geluid, vette nieuwe nummers (het nummer
‘Regenesis’ is echt een meesterwerkje, ook live!) en zelfs tijdens
de atmosferische interludes en rustige nummers bleef de pit doordenderen.
Na een goede nachtrust - oordoppen waren
geen overbodige luxe: onze buur-party-tent draaide de hele nacht een soort
punky-noize-crust - vroeg wakker. Koffie was gezet en de slappe witte puntjes
met ham en kaas lagen klaar voor het aanschaffen. Tijdens de laatste happen
van het ontbijt hoorden we de thrashy (en mijns inziens onterecht ‘Hardcore’ genoemde)
klanken van het lokale Icepick door de Friese morgenlucht knetteren. Best
de moeite waard, ware het niet dat de lekker wegrockende riffs wel erg lang
herhaald worden. Hoe dan ook was de toon gezet en de sfeer begon er aardig
in te raken op het modderige maar ineens toch nog zonovergoten festivalterrein.
Cephalic Carnage was een band die ik nog
nooit live heb gezien en het beviel goed! Nu was de springerige jazz-grind
misschien wat veel op de vroege morgen, maar de set liep goed en de show
was erg vermakelijk, vooral de behanekamde bassist haalde zo nu en dan wat
grappen uit en de gitarist met bloempotkapsel speelde zelfs een stukje ruggelings
kronkelend op het podium. Uiterst retro.
En toen was het rennen naar het hoofdpodium
(ware het niet dat de bierprijs zo acceptabel was dan waren de calorieën
er bij menig metaalgenieter afgevlogen!) waar Mastodon zijn opwachting maakte. De heren hebben
al meerdere malen bewezen dat ze een niet te missen juweeltje van hedendaagse
zwaarheid zijn en ook deze set, in de open lucht maar niet minder rokerig
en zompig, leek ze uiterst gemakkelijk en soepel af te gaan. Ik meende zelfs
herhaaldelijke glimlachen te bespeuren op de gezichten van de bandleden.
Het optreden was naar mijn mening veel te snel voorbij, maar goed, dat heb
je nu eenmaal op een festival. En overigens dikke hulde voor de backdrop.
Er zijn weinig bands die mijn humeur daadwerkelijk verpulveren, maar ik
geloof dat ik er nu toch weer een gevonden heb: Epica. Ik ga geen vergelijkingen maken met andere
bands uit hetzelfde genre, dat lijkt me een nogal overduidelijke toestand,
maar wat me daadwerkelijk chagrijnig maakte terwijl ik de om de tent heen
gelegen winkeltjes afshopte was de stem van de zangeres. Net niet helemaal
opera en net niet helemaal pop. Aan de andere kant was het overige
geluid OK en was de meerderheid van de mannelijke toeschouwers vast ruimschoots
tevreden met de aanblik van de zangeres maar zelf slaakte ik een kreet (ja,
dat was ik dus) van vreugde en verlichting toen de laatste noten van Epica
wegstierven.
Black Label Society bleek
- helaas voor sommigen - te zijn uitgevallen. Als invallers had de organisatie ’s
ochtends vroeg Scarve uit bed gebeld. Al valt het Franse zestal
net even in een andere categorie qua muziekstijl, ze staan wel garant voor
een potje hypersonische en uiterst energieke metal. Ze zijn er als geen andere
band in geslaagd om een Strapping Young Lad-achtige sound te creëren.
Helaas ontberen ze de technici die dit geluid live tot z’n recht kunnen
laten komen. De mensen die de nummers kenden hebben waarschijnlijk genoten,
de mensen die Scarve voor het eerst zagen hebben ongetwijfeld even moeten
zoeken naar wat die heen en weer stuiterende zangers (ja, twee hebben ze
er) allemaal aan het bezingen waren. De partijen van trommelslager Dirk (o.a.
The Aborted, Soilwork) zijn niet bepaald ‘doe de disco’ en de
gitaarpartijen zijn uiterst eigen. Veel mensen hoorde ik achteraf dan ook
melden dat ze Scarve niet echt iets vonden, maar ik durf al diegenen aan
te raden de Cd’s thuis nog eens rustig te beluisteren want het is absoluut
geen mis te verstane band.
Wegens afgezakte interesse
ben ik Entombed al een tijdje uit het oog verloren. Vandaar
dat we tijdens het optreden van deze dino’s maar eens even aan het
eten zijn geslagen. de catering op Wâldrock was echt verschrikkelijk
goed geregeld! Het statiegeldsysteem voor de bekers was wat wazig - kon je
je laatste bekers nou inwisselen voor koffie bij het ontbijt of niet? - maar
de (eervolle vermelding) Indische tafel, de braadworsten, de klassieke festivalburgers
(speciaal!) en de pannenkoeken waren goed te nassen! verder heb ik me vergaapt
aan een bijna aan een jetlag bezwijkende Devin Townsend en de
kit van Gene Hoglan tijdens de soundcheck van de volgende band.
Strapping Young Lad - waarschijnlijk voor velen
een hoogtepunt van de dag. Zoals te doen gebruikelijk verwelkomde Ome Devin
het publiek met een welgemeende uitspraak betreffende inteelt en de lelijkheid
van de mensen in het publiek waarna er een stevig potje in de pan gehakt
werd. Of eruit, mag je wel zeggen. Jed, Byron,
Ome Gene en de inwisselbare keyboarder presenteerden wederom, onder de bezielende
leiding van “The Dev", een vernietigende set, een bombastische bloemlezing
uit eigen werk - en de pit ging volkomen uit de plaat. Halverwege besloot
Devin dat we toch niet allemaal zo lelijk en inteelt waren, nee, het betrof
slechts de helft van het publiek. Dol van vreugde werd er verder geheadbangd
op “Love” van de nieuwe plaat
“Alien” - een moment waarop de schizofrene karikatuur die SYL
eigenlijk is volgens mij kraakhelder naar voren kwam (met nadruk op
‘kraak’ want het linkerkanaal, Devin’s gitaar dus, was
aan vrij storende storing onderhevig…) Ik meen dat Devin ook zelf op de DVD bij dat
album aangeeft dat dit volgens hem het eerste Deathmetal nummer over liefde
is, waarmee duidelijk wordt dat hij echt alles kan maken dat er maar in zijn
geniaal geschifte brein bovenkomt. Aan het eind vlogen er nog enkel bekertjes
en modderkluiten richting podium. Devin’s commentaar: “Yeah,
bring it on you mother fuckers!” - (meer kluiten richting podium) -
“Anyway, we’re better then you! So fuck off! - and buy a T-shirt!”
De shuffle in de programmering had maar
een reden: drummer van invallers Scarve - Dirk Verburen - slaat ook de grote
trom bij South Swedish Deathmetallers Soilwork. En je kan rennen en sjouwen wat je wil:
tussen twee optredens door een tamelijk uitgebreide drumkit door de modder
van het hoofd- naar het tentpodium sjouwen is een behoorlijk ondoenbare klus.
Enfin, Soilwork dus, die met hun laatste plaat ‘Stabbing The Drama’ (hoort
u dat vriendelijke vrouwenstemmetje nog achterin uw hoofd?) een schrijf vol
moderne kwaliteitsmetal hebben afgeleverd. Iets minder beukend dan bijvoorbeeld ‘Predators
Portrait’ maar niet minder fascinerend. Live levert het oeuvre van
de heren inmiddels een briljant afwisselende set op die retestrak en energiek
wordt neergezet. Jammer dat de solo-giarist het af en toe zonder geluid moest
stellen – wederom het linker kanaal, net als bij Devin.. sabotage?
Het blijft een dijk van een band, hoe dan ook.
Tijdens Life Of Agony was ondergetekende even op
de foto met een zeker meneer Hoglan, maar gelukkig heeft een andere Hollands
Metalen Mede Metaller de heren van LOA gadegeslagen. Mystus en =s= doen verslag.
“Na de opnames van hun eerste album sinds de wederopstanding, doet
de band rond Keith Caputo Europa weer aan. De verwachtingen waren vrij hooggespannen.
Konden zij blijven teren op oude roem? Of was er toch behoefte aan nieuwe
knallers? Konden zij de verwachtingen van zowel de oude als nieuwe fans waarmaken?
Ja en nee. Ja, de band speelde erg lekker, en natuurlijk gaan klassiekers
zoals bijvoorbeeld Through and Through, Underground en This Time er als de
spreekwoordelijke zoete koek in. Ja, het publiek hobbelde gezellig mee en
ja, Keith zijn zangkwaliteiten staan nog steeds buiten kijf. Maar, gebruikte
hij die kwaliteiten maar ten volle. Keith was te nonchalant in zijn zanglijnen,
stukken werden weggelaten en de microfoon heeft alle hoeken van het podium
gezien. Hij leek niet echt contact te hebben met zijn bandgenoten, wat ook
bleek uit de lange en stille pauzes tussen de nummers, waarin hij onder andere
het publiek verzocht om te
“screamen” naar de “gods!". Iets waar ome Devin mee wegkomt
tot grote hilariteit aan toe, maar wat Keith eerder het beeld gaf van een
wanhopige dronkelap die geforceerd contact zocht met het publiek. Grote misser
in de setlist was Method Of Groove, toch een grote klassieker van de heren.
Dit gat werd opgevuld met nieuwe nummers, die wel goed klonken, maar nog
niet bekend genoeg waren wat de kracht en de groove uit het optreden leek
te halen. Al met al een leuke show, maar iets beter met band en publiek omgaan
kan geen kwaad. Keith, doe ons een lol, en ga eens met Devin praten.”
Had ik het zojuist over een ‘dijk
van een band’? Dan was de volgende band op de setlist toch echt de
overtreffende trap: Meshuggah. Hun onlangs uitgebrachte nieuwe langspeler ‘Catch
Thirtythree’ (of Catch33 in de volksmond) heeft ze weer eens behoorlijk
in het voetlicht gezet. Opmerkelijk dat Meshuggah tot een jaar geleden uiterst
zelden in de Lage Landen te bekennen was maar nu in de periode van een jaar
drie keer bij ons optreed! Geen slechte zaak, mijns inziens. Benieuwd was
ik of Meshuggah nieuw materiaal zou gaan spelen. Naar verluid zouden ze dat
niet doen omdat Catch33
één nummer is, opgedeeld in verschillende segmenten. In de laatste Mindview las ik dat de heren toch een selectie gingen maken
van stukken uit het nummer zodat ze een - zeg maar -
‘Catch33-medley’ ten gehore zouden kunnen brengen. Ik meen het serieus. Toen Jens met een
doodnuchter “Lady’s and gentlemen: Catch33…” het
nummer aankondigde en de eerste tonen weerklonken, sprongen mijn ogen vol
tranen. Strak gespeeld - wie er zegt dat meneer Haake slechter is geworden
of geen zin meer heeft die heeft het verkeerd, echt waar… - de lead
en solopartijen wederom met zoveel tergende trage en voortwentelende emotie,
het was bijna te mooi om waar te zijn. Hulde.
En toen zorgde de generatiekloof voor een prachtig moment om even op adem
te komen en een metalen uiltje te knappen. Op de licht bejaarde maar daarom
niet minder voortrockende klanken van Accept, Metal Church en Dio begaven we ons naar het kampeerterrein.
[Van onze schrijver Mystus] - “Na een welverdiend rustpuntje tijdens
het
“oudere-generatie-blokje” kondigde Dimmu Borgir zich aan als headliner in de
tent. Dimmu zonder werelddrummer en cyborg Nick “Uncle Fester” Barker
wel te verstaan. Weliswaar hadden de No(o)rse heren Tony Laureano (Angelcorpse,
God Dethroned, Nile) als sessie-slagwerker ingehuurd, het cyber-stijltje
van Nick valt niet zomaar te evenaren. De Zuid-Amerikaan deed echter (compleet
met corpse-paint!) zijn uiterste best, en klonk absoluut niet beroerd. Weliswaar
niet zo mechanisch strak als de Brit, maar wel erg lekker! Dimmu Borgir trapte
af met een sinister en bombastisch klassiek intro, waarna Vredesbyrd werd
ingezet. Een midtempo nummer om
het (de?) spits af te bijten als black-metalband? Leek mij een niet zo verstandige
keuze, en dat bleek het ook niet. Het publiek had wat moeite om erin te komen,
maar toen daarna Kings Of The Carnival Creation werd ingezet kwam het tempo
er al gauw in. Hoogtepunt was absoluut het oudje Spellbound (By The Devil!),
hoewel de sfeer in de tent absoluut niet om over naar huis te schrijven was.
Welgeteld twee halve vechtpartijtjes om ons heen, binnen een half uur! Te
wijten aan de lange en vermoeiende festivaldag die voor sommigen onder ons
al bijna op zijn eind was, of aan de hormonenstorm die zijn ronde deed onder
de 15-jarige kortharige blekkies die het nodig vonden om krampachtig zo
“evil” als mogelijk te doen. Dimmu werd onthaald alsof ze satan
zelve waren, maar zo werden ze (godzijdank) niet behandeld. Na het tweede
biertje richting Shagrath (die hem vol in zijn gezicht raakte), deelde hij
ons mee dat er genokt werd met het smijten van troep richting het podium,
anders speelden ze niet verder. Hoe anders was het sfeertje eerder die dag
bij Strapping Young Lad… Een goede band, absoluut, maar het publiek
en de geforceerde agressieve sfeer die sluimerde in de tent deden mij na
drie kwartier toch verlangen naar de lekker luchtige (en tegenwoordig tevens
christelijke) metal van de Dave Mustaine band.”
[Van onze schrijver Kaasdraad] -
“Dave Mustaine in den Here, ik in den wolken! Wat een heerlijk optreden
hebben onze nieuwbakken christen en zijn nieuwe volgelingen ons voorgeschoteld!
Als afsluiter van een toch al erg geslaagd Wâldrock 2005 kregen we een ‘best
of’ uit het indrukwekkende oeuvre van Megadeth. Krakers als ‘In
my Darkest Hour’, Sweating Bullets’, ‘Tornado of Souls’, ‘Peace
Sells… But who’s buying’, ‘Wake up dead’
en ‘Holy Wars… The punishment Due’
om er maar een paar te noemen, werden met veel overtuiging en muzikale vakmanschap
het veld in geslingerd. Het laatste album “The system has failed’ werd
uiteraard ook niet vergeten door middel van ‘Die dead enough’ en
‘Kick the chair’. Een cover in de vorm van ‘Paranoid’ kwam
voorbij en het oudje
‘The Mechanix’ zorgde voor nog meer extase. Kijk, de heer Mustaine
is geen grote prater - sterker nog, het motto ‘niet lullen maar spelen’ volgt
hij als geen ander zo bleek afgelopen zaterdag - en heel spectaculair was
de podiumpresentatie niet. Maar met enkel goede songs in de setlist
en zulke goede muzikanten is een optreden van Megadeth een lust voor oor
en oog. De band genoot er zelf zichtbaar van en als blijk van waardering
kreeg het publiek een applaus aan het einde van de show. Niet alleen Mustaine
zelf maar heel Megadeth klonk en toonde als herboren. Wat mij betreft draait
Megadeth weer helemaal mee in de metaalmolen en ik hoop maar dat hij deze
bandleden lang aan kan houden want dan zit het wel snor. Mijn zegen hebben
ze, Amen.”
En zo eindigde een succesvol, sfeervol
en keihard rockend Wâldrock editie 2005. de organisatie heeft er alles
aan gedaan om de sfeer en het comfort zo goed mogelijk te waarborgen en mijns
inziens zijn ze daarin prima geslaagd. Mijn enige tip - zoals ook opgegeven
in de Wâldrock Enquete - zou zijn om op de routes
over de parkeerplaatsen stalen roosters neer te leggen - al gaat dat dan
wel weer ten koste van het automodderworstelen…
Met dank aan alle bijdragers:
* Mystus
* Kaasdraad
* =s=
Rokker Deathmelz.
Meer informatie en beeldmateriaal:
|