|
|
Geachte meneer DonnerNaar aanleiding van de onlangs voorgevallen gebeurtenissen wil ik u zeer graag de volgende zaken onder ogen brengen. Wanneer wij te maken hebben met het maken van een 'uitje' binnen het kader van verstrekt verlof dan zult u het zeker niet vreemd vinden wanneer men onder het begrip 'uitje' ook daadwerkelijk een uitje verstaat: een uitje, als in: 'ergens uit zijn' of – en dat is even zo goed mogelijk – ergens 'uit gaan'. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat men met familie, ouders of begeleiders naar een plek gaan waar men doorgaans niet komt en die men als inspirerend of ontspannend beschouwd - in ieder geval weg uit de gebruikelijke omgeving en situatie. Wanneer men ter beschikking is gesteld dan vloeit hier eigenlijk vrijwel direct uit voort dat men in het geval van een uitje tijdelijk niet meer ter beschikking komt te staan! Daarom is het niet minder dan logisch - en voelde ik het zelfs als mijn plicht - dat ik mij tijdens het laatste uitje aan de aandacht van mijn verder niet ter zake doende begeleider heb ontfutseld om zodoende optimaal van mijn uitje te kunnen genieten. Het krenkte mijn vertrouwen wel dat u mij niet geheel zelfstandig op pad heeft laten gaan. Onder invloed van de mij voorgeschreven medicijnen zou alles toch vlekkeloos moeten verlopen. Verder zie ik mijzelf als een zeer voorzichtig burger: wanneer ik mij in de openbaarheid begeef dan (en dat zou u met alle tot uw beschikking staande informatie toch moeten weten!) draag ik altijd goede zorg voor mijn eigen veiligheid doormiddel van een doorgeladen vuurwapen, dat ik doorgaans goed beschermd in de binnenzak van mijn jas met mij meevoer. Wanneer u mij met voldoende medicijnen op zak, zelfstandig de deur uit had laten gaan dan was er geen centje pijn geweest en had ik mij enkele dagen later, volledig beschermd en medisch ondersteund, weer aan de poort gemeld, volledig ter uwer beschikking. Dan had ik mijn toevlucht niet hoeven zoeken tot... meer ‘ingrijpende’ maatregelen om uw aandacht te trekken en mij terug naar de kliniek te laten escorteren. Mijns inziens heeft u mij, door uw wantrouwige houding, gedwongen om anders te handelen dan ik voornemens was. Ik heb alsnog getracht om u te bereiken door mij in de achtertuin van een hoofdstedelijke bewoner te verschansen en u met lichtsignalen te benaderen. Net toen ik op het punt stond om een alarmkogel af te vuren werd ik door uw politiebeambten niet zachtzinnig in de kraag gevat. Nogmaals mijneer Donner, dit was allemaal niet nodig geweest wanneer u mij met meer vertrouwen van mijn uitstapje had laten genieten. Dit moet mijns inziens mogelijk zijn, de in heviger bewaring aan u ter beschikking gestelde zielen vertrouwd u ook met rechten op rookwaar, televisiekanalen en vertier, waarom dan mij niet in de situatie van een eenvoudig uitje? In het licht hiervan, meneer Donner, zou ik uw mogelijke aftreden – wat ik ten zeerste zou betreuren en voor zover ik kan beoordelen volstrekt onnodig vindt – dan ook gewoon zien als een... uitje. Met vriendelijke groet, Wilhelm S. [16.06.05 - vertuurd naar Metro, geen reactie vooralsnog] |